Steun ons en help Nederland vooruit

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Een passende plek waar je fijn woont en werk of activiteiten die bij je passen, waar je jezelf in kunt ontwikkelen. Dat is waar D66 naar streeft voor de rond de 1700 mensen die afhankelijk zijn van beschermd wonen of maatschappelijke opvang en alle varianten daarbinnen. Continuïteit en kwaliteit zijn daarin erg belangrijk, zonder bang te zijn goede veranderingen door te zetten. Maar ook niet zonder realistisch te zijn. Soms is de kwaliteit van leven niet beter als je zo lang mogelijk op jezelf woont.

Maatwerk en vertrouwen in de professional zijn voor D66 belangrijke uitgangspunten.

Ken de mensen

Het is belangrijk dat de gemeente de mensen om wie het gaat kent, weet wat zij nodig hebben, wat zij willen en wat zij kunnen. Inzicht in de doelgroep is ook nodig om goed te kunnen sturen. Hoe veel mensen kunnen een stapje maken naar zelfredzaamheid en hoeveel hebben sowieso altijd een beschermde omgeving nodig? Daarnaast is het belangrijk dat we weten hoeveel woningen er nodig zijn en hoe dat aantal aansluit op de vraag en de daarmee gepaarde transformatieopgave. De potentie wordt bepaald door een aantal factoren en draagkracht in de buurt is er daar één van. Verder willen we dat woningen zoveel mogelijk duurzaam en ook flexibel zijn, zodat zij makkelijk aangepast kunnen worden voor nieuwe doelgroepen.

Uitstroom daar waar het kan

Uitstroom en doorstroom zijn erg belangrijk, er wordt ook van mensen verwacht dat zij –als hier passende mogelijkheden voor zijn – actief aan mee werken. Dit willen we stimuleren door bijvoorbeeld het scheiden van wonen en zorg. Immers: “Een verhuisbeweging hoort voort te vloeien uit persoonlijke behoeften en woonwensen, niet uit verandering van ziekte en zorg”, een citaat uit het rapport van de commissie Dannenberg: ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’. Dit citaat beschrijft voor D66 de leidraad waarlangs de transitie moet plaatsvinden. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat iemand met een psychiatrisch probleem, die blij is met zijn huidige woning, er kan blijven wonen, maar dan niet meer in een beschermd regime. Het huurcontract ‘klapt om’ van zorgaanbieder naar bewoner. Dit betekent dat zorgaanbieders bereid moeten zijn om hun zorgaanbod niet meer wooncomplexgewijs te organiseren maar klantvolgend.

Perverse prikkels wegnemen
Perverse prikkels willen we wegnemen, onder andere door resultaatgerichte financiering. Ook is het nodig dat verzekeraar(s) en gemeenten als twee belangrijke financiers binnen het sociale domein, hun beleid en resultaatsturing op elkaar gaan afstemmen. Zolang de financiers niet ontschotten en samenhang bevorderen, ontmoedig je de aanbieders ook om dat te doen. Gemeenten willen vooral inzetten in preventie terwijl verzekeraar zich vooral richt op behandelen. Deze lijnen staan in de praktijk soms diametraal tegenover elkaar, wat de samenwerking tussen aanbieders frustreert.

Zelf over je eigen leven beschikken
Het is belangrijk voor mensen dat zij over hun leven beschikken, dat zij zelf de regie houden. Voor iedereen die werkt met de doelgroep is het van groot belang zich hiervan bewust te zijn en mensen zoveel mogelijk vrij te laten in hun keuzes. Ook als dat wat zij doen of willen misschien niet binnen de eigen normenkader past of valt. Mensen zijn zelf verantwoordelijk en zij moeten ook fouten mogen maken en de consequenties dragen. Natuurlijk in balans, professionals weten wanneer het echt niet kan.

Preventie

Hoe minder mensen afhankelijk hoeven te zijn van beschermd wonen en maatschappelijke opvang hoe beter. Verschillende perioden in iemands leven kunnen er voor zorgen dat je (later) zelfredzaam kunt zijn en mee kan doen. De kindertijd is daar een van. In die periode is school veel bepalend. Passend onderwijs en goede verbindingen na je jeugd met opleiding en werk zijn essentieel.

 

 

Laatst gewijzigd op 22 november 2018